Bijkomende info sessie 5
Inleiding
Vlaanderen is aardig op weg om zijn achterstand in te halen op het vlak van duurzaam bouwen. Het VMSW-bestek en de voorbeeldprojecten van enkele pioniers dragen daartoe bij. Ook zijn er tal van kansen, op lokaal, Vlaams, federaal en Europees niveau, die er toe bijdragen om de woonactoren te stimuleren tot een hoger duurzaamheidsgehalte dan wat we vandaag gewoon zijn. Het gaat steeds over een partnership en gedeelde verantwoordelijkheden, maar vooral om een geloof dat verandering nodig (en mogelijk) is.
Duurzaam wonen vertrekt van een betaalbare kwalitatieve woning met woonzekerheid, zeker in de sociale woonsector. Dat we ook energiezuinig bouwen en duurzame materialen gebruiken is inmiddels evident. Maar teveel nog focust men op het gebouw zelf en beseft men te weinig dat denken aan de toekomst van onze (klein)kinderen over veel meer gaat dan het gebouw, zelfs meer dan om een verzameling van woningen. De oplossing voor het energievraagstuk en ons weinig duurzaam wonen hangt samen met tal van factoren.
Om de klimaatdoelstellingen te halen, onze voetafdruk te verlagen en werkelijk duurzaam te gaan wonen stellen we onze ambities beter zo snel mogelijk bij en dat begint bij een integrale kijk op het wonen en de wooncultuur van een diversiteit aan bewoners. We hebben oog voor de plek, de omgeving, de locatie, het ruimtegebruik en de voorzieningen, groen- en waterstructuren, de verkeersleefbaarheid, de sociale cohesie en aantrekkelijkheid van onze wijken.
enken aan de toekomst van onze (klein)kinderen over veel meer gaat dan het gebouw, zelfs meer dan een verzameling van woningen. De oplossing voor het energievraagstuk en ons weinig duurzaam wonen hangt samen met tal van factoren.
Aan de hand van enkele sprekende voorbeelden zien we hoe de ruimtelijke en sociale organisatie van buurten en wijken verder reikt dan stenen, isolatie of spaarlampen. En meteen overlopen we ook instrumenten, kanalen en ideeën om woonprojecten en actoren de duurzame weg op te helpen. Energie kan het uitgangspunt zijn, uiteindelijk is de woonkwaliteit voor de bewoner het doel.
Voorbeelden
1. Goedkope Woning, Kortrijk
De SHM Goedkope Woning uit Kortrijk kiest resoluut voor een nieuwe aanpak: voor leefbare wijken, gezondere woningen, voor minder energieverbruik en weinig onderhoudskosten. Met een ambitieus renovatieproject dong de SHM mee naar de belangrijke Europese Concertosubsidies voor energiezuinig bouwen. Het project werd uit de vele internationale inzendingen uitgekozen. Voor de eerste keer komen de subsidies dus naar Vlaanderen.
De Europese Concertoprojecten leggen de nadruk op energiezuinig en toekomstgericht bouwen.
Het project in Kortrijk werd samen met een Deens project in Høje Taastrup en een project in Birstonas in Litouwen ingediend onder de naam ECO-Life.
Specifiek aan het Vlaamse project is dat het gaat over sociale huurwoningen.
Goedkope Woning heeft momenteel een patrimonium van 1 436 huurwoningen, allemaal in Kortrijk gelegen. Veel van die woningen zijn verouderd en verkommerd. Er werd in het verleden immers nooit structureel gerenoveerd. Dat geeft aanleiding tot heel wat klachten bij de huurders over allerhande gebreken en leidt tot verlies aan woonkwaliteit. Ook voor de sociale bouwmaatschappij is deze toestand zeer nadelig: een gedwongen fragmentaire aanpak en veel onderhoudskosten.
Daarom kiest Goedkope Woning resoluut voor een doorgedreven opwaardering van het volledige patrimonium en voor duurzame, energievriendelijke en onderhoudsvriendelijke woningen. De opwaardering van de bestaande sociale woonwijk Venning tot een CO2-neutrale wijk en het nieuwbouwproject Pottenbakkershoek zijn de pilootprojecten in het ECO-Lifeproject.
2. Duurzame wijk De Vloei, Ieper
In 2005 verwierven de stad Ieper, de wvi (West-Vlaamse Intercommunale) , de SHM Ons Onderdak en een private bouwfirma een 10 hectare groot bouwvrij terrein tussen de Zonnebeekseweg, de Meenseweg en de Kruiskalsijdestraat. Oorspronkelijk zou hier een traditionele verkaveling komen, maar wvi gooide het voorstel op tafel om er de eerste duurzame wijk van Vlaanderen van te maken. De andere partners stemden in en voorjaar 2008 werd een samenwerkingsovereenkomst ondertekend, waarin de realisatie van een duurzame stadsuitbreiding voor een 250-tal gezinnen als doel werd vooropgesteld. Daarnaast zal gewerkt worden aan een draagvlak en na afloop zullen de leerervaringen gebundeld worden als richtlijn voor toekomstige projecten. De provincie West-Vlaanderen stapte mee in dit engagement. Wvi is aangesteld om het ‘duurzame ontwikkeling’-implementatietraject (DO-IT) te begeleiden, m.a.w. om duurzaamheid in alle stappen van het gewone projectontwikkelingsproces te integreren.
Vandaag zijn de belangrijkste contouren van deze wijk van de toekomst vastgelegd: de ambities zijn geformuleerd en de grote lijnen zijn vastgelegd in een masterplan.
De eerste belangrijke stap in het proces was het bepalen en goedkeuren van de ambities. Het gaat over meer dan een ‘ecowijk’ waarin milieukwaliteit door duurzaam omgaan met ruimte, energie, water, natuur en materialen centraal staan. Er is gekozen voor een brede benadering waarbij ook de sociale kwaliteit (kwaliteit van de woning, de leefomgeving, de sociale omgeving en verweving), de economische kwaliteit (betaalbaarheid, afstemming vraag-aanbod, maatschappelijke winsten) en de proceskwaliteit (trajectbegeleiding en participatie) voorop staan.
Die ambities zijn intussen vertaald in een masterplan. Er komen 250 woongelegenheden, er is ruimte voor een mix van rijwoningen, koppelbouw, meergezinswoningen, kangoeroewoningen, sociale huur- en koopwoningen/appartementen, werken-aan-huis, diensten, …. Om zowel te voldoen aan de objectieven van het Grond- en pandendecreet als aan de provinciale doelstelling, wordt voorzien in 25 % of 62 sociale woningen.
Het masterplan is voornamelijk opgehangen aan de vooropgezette waterhuishouding van de nieuwe wijk. Doorheen de wijk loopt een groenblauwe slinger van grachten, buffervijvers en wadi’s om het overtollige regenwater lokaal te bergen en het risico op wateroverlast in of buiten de wijk te voorkomen. De wijk krijgt een erg groen en open karakter, met zowel private als gedeelde tuinen, streekeigen planten en diverse ontmoetingsruimtes. Er wordt gekozen voor een autoluw karakter, met parkeerhavens per woonlob en smalle erfwegen die kunnen ingericht worden als speel- en leefstraten.
Dit masterplan vormt de voeding voor het in opmaak zijnde RUP (ruimtelijke uitvoeringsplan), beeldkwaliteitsplan en verkavelingsplan. Momenteel lopen ook een water- en energiestudie om het infiltratie- en buffernetwerk te dimensioneren en de haalbaarheid naar hernieuwbare energiebronnen te onderzoeken.
Na de planfase kan de uitvoeringsfase starten (2010-2012). Niet alleen van de stad, Ons Onderdak en wvi , maar ook van de toekomstige bewoners zal een duurzaam gedrag verwacht worden. Er wordt resoluut gekozen voor lage-energiewoningen en passiefhuizen. Ook het gebruik van duurzame bouwmaterialen, zuinig watergebruik, pesticidenvrij beheer, gezond, toegankelijk en aanpasbaar bouwen zullen sterk gepromoot worden.
Niet onbelangrijk bij het opzet is het streven naar sterke sociale integratie. De planopvatting voorziet in een logische samenhang vormentaal, functies en structuren en de inplanting van sociale woningen komt onafhankelijk daarvan tot stand.. Het sociale aanbod wordt als het ware willekeurig verkorreld over het plangebied.
Het belang van een goed en tijdig communicatietraject wordt meteen ook duidelijk. Tot nu toe werd vooral geïnvesteerd in de sensibilisering en vorming van de betrokken partners. Het bezoek aan voorbeeldwijken (o.a. EVA-Lanxmeer nabij Utrecht) is een must. Een communicatieplan is in opmaak bij de stad Ieper, met als doelstelling de sensibilisering open te trekken naar andere doelgroepen, alsook de toekomstige bewoners te betrekken in het proces via participatieve momenten.
Dankzij de inzet van een multidisciplinair team en de diverse subsidiekanalen (de samenwerkingsovereenkomst milieu en het Europese project ‘Future Cities’) is de realisatie van een duurzaam project een haalbare kaart.
Om tijdig te kunnen anticiperen (bewonersparticipatie, communicatie, begeleiding, financiering,…) op deze uitdaging werd door de SHM Ons Onderdak reeds geïnvesteerd in 5 lage-energie huurwoningen (E-60 en K-30, in opbouw) en zijn 8 koopwoningen in uitvoeringsontwerp (houtskeletbouw, streefwaarden E-30 en K-17).